Hier kan je snel bladeren doorheen mijn dagboek:
1 - Meteoriet
2 - Funderingspalen
3 - Koud water reserve
4 - Wind
5 - Witte woestijn
6 - Pinguïns
7 - Verankering in de rots
8 - Permanent licht
9 - Geschiedenis
10 - Bewegend ijs
11 - IJs
12 - Internationale samenwerking
13 - IJsbergen
14 - Aarde
15 - Voedselpiramide
16 - Watervegetatie
17 - Sterren
18 - Buitenaards
19 - Klein volkje
20 - Einde van het avontuur
21 juni - 13 uur:
’Geen zonnesteken meer!’
Ik herinner mij nog heel goed toen ik voor de allereerste keer op Antarctica
aankwam.
Om Antarctica te bereiken vanuit België is de kortste weg uiteraard in een rechte lijn. In dit geval is dat via Zuid-Afrika, meer bepaald Kaapstad. In afwachting van gunstige weersomstandigheden om de Zuidelijke Oceaan over te steken wordt hier een tussenstop gehouden.
Kaapstad, zoals de naam aangeeft, is een kaap waar schepen uit de gehele wereld de plaatselijke haven aandoen. Behalve een Koreaans vissersschip in een droogdok (voor herstelling), waren er ook Amerikaanse, Chinese, Europese en Russische schepen aangemeerd. Het Russische schip Ivan Papanin dat het bouwmateriaal voor het Princess Elisabeth station naar Antarctica heeft gebracht, is ook langs Kaapstad gepasseerd, na zijn vertrek uit Antwerpen waar het werd geladen.
Kaapstad is ook een toeristische stad. Van die tussenstop herinner ik mij de indruk te hebben gehad dat alle volkeren ter wereld op straat waren gekomen om ons uit te wuiven.
Vanuit Zuid-Afrika worden er nog 6.000 kilometers afgelegd boven water dat almaar kouder wordt, tot Antarctica wordt bereikt.
Die overtocht kan niet zomaar met eender welk vliegtuig ook worden afgelegd. De eerste keer was het met een militair vliegtuig.
Ik herinner mij dat hoe dichter Antarctica in zicht kwam, hoe kouder het werd. Toen ik in short en T-shirt het vliegtuig instapte in Zuid-Afrika was het 30°C !
Bij het naderen van onze eindbestemming vroeg de bemanning ons onze dikkere
kleding aan te trekken. Ik had alles bij de hand, te weten twee lange broeken,
twee paar kousen, twee pulls, twee vesten, handschoenen en uiteraard laarzen.
Het meest verrassende was, behalve de landing op het blauwe ijs, dat de bemanning
ons herhaaldelijk vroeg ons gezicht in te wrijven met zonnecrème met
een zeer hoge beschermingsfactor en een zonnebril op te zetten. Vreemd toch,
wij waren om middernacht geland!!!
Ja, dat waren gouden tijden toen de zon tijdens de poolzomer permanent scheen ! Nu echter kijk ik alle dagen naar mijn zonnebril die boven de tafel hangt en denk ik aan die tijd terug en aan de specifieke geur van de zonnecrème die ik op mijn nachtkastje bewaar.
In elk geval hoef ik nooit meer bang zijn voor zonnesteken!